De regio

 

 

 

Hoge Venen

Malmedy

Stavelot

 

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Hoge Venen

 
 
 
 

De Hoge Venen (Duits: Hohes Venn; Frans: Hautes Fagnes) vormen als onderdeel van grotendeels de Ardennen en voor een kleiner deel van de Eifel een hoogvlakte en natuurreservaat in noordoostelijk BelgiŽ plus een stukje aangrenzend Duitsland.
Het gebied ligt in het Natuurpark Hoge Venen-Eifel en is ongeveer 4500 ha. groot. Zoals de naam al zegt, bestaat een groot deel van de regio uit hoogveen-afzettingen. Een deel hiervan is nog actief, wat wil zeggen dat er nog steeds veenvorming optreedt.

 

Beschrijving

De Hoge Venen worden begrensd door Eupen in het noorden, Monschau in het oosten, Malmedy in het zuiden en Spa in het westen. Het Belgische, grootste deel ligt in de Oostkantons (de Duitstalige Gemeenschap plus de gemeenten Weismes en Malmedy) die tot 1919 bij Duitsland hoorden. Met toppen tot net onder de 700 meter is het het hoogst gelegen gebied van BelgiŽ, waaronder ook het hoogste punt van het land, het Signaal van Botrange (694 meter TAW, 692 meter boven NAP). Ook ontspringen de riviertjes Roer, Vesdre (Duits: Weser), Gileppe en Helle (Duits: Hill) in de Hoge Venen.

Het gebied kenmerkt zich door veel neerslag, gemiddeld 1500 tot 1700 mm. per jaar. Door een aantal stuwmeren in het gebied wordt dit water gebruikt als drinkwater en voor stroomopwekking. Het landschap bestaat uit hoogveengebieden, heideterreinen, schrale graslanden, weiden en veel bossen. In en om de verspreid liggende dorpjes zijn karakteristieke boerderijen te vinden. Sommige huizen en boerderijen zijn omgeven door karakteristieke metershoge beukenhagen, die bescherming bieden tegen wind en regen. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in onder meer Sourbrodt (BelgiŽ) en Kalterherberg (Duitsland).

Door het gebied loopt ook de Vennbahn, een inmiddels gesloten spoorlijn op de grens van BelgiŽ en Duitsland die vroeger Aken met het Groothertogdom Luxemburg verbond.

 

Flora

In het hoogveengebied zijn kenmerkende heide- en veenplanten te vinden, zoals struikhei, dophei en veenmos. Ook bloemen en planten die kenmerkend zijn in berggebieden, zoals orchideeŽn, gentianen, zonnedauw, veenbes en veenpluis voelen zich er thuis.

Omdat de beweiding de laatste decennia verwaarloosd werd, maar ook als gevolg van stikstofdepositie en ontwatering, zijn daarnaast struikplanten en het pijpenstrootje opgekomen.

De Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) is er een woekerende invasieve soort.

 

Verspreide kenmerkende planten

 

Zeldzame heide- en veenplanten

 

Fauna

Bijzondere dieren zijn onder andere

 

Toerisme

In het gebied zijn talrijke wandelroutes uitgezet, deels geasfalteerd en deels over de voor het hoogveenmilieu kenmerkende houten vlonderpaden. De Hoge Venen zijn hiervoor ingedeeld in zones:

De zones zijn ingesteld naargelang de aanwezigheid van zeldzame dieren en planten.

In de winter zijn de Hoge Venen bedekt met sneeuw en worden diverse langlaufloipes uitgezet. In het voorjaar en de zomer bestaat ondanks de vele neerslag vaak brandgevaar in de Hoge Venen.

Er zijn twee 'natuurcentra' (bezoekerscentra) in het gebied: Natuurcentrum Haus Ternell in Eupen van de Duitstalige Gemeenschap van BelgiŽ, en Natuurparkcentrum Botrange in Robertville van de provincie Luik.

 

Zie ook

 

Externe links

 

 

Malmedy

 

Malmedy (Waals: MŚmdey, Duits, verouderd: MalmŁnd) is een stad en faciliteitengemeente voor Duitstaligen in de provincie Luik in BelgiŽ. De stad telt ruim 11.500 inwoners.

 Overige kernen

 Geschiedenis

Malmedy ontstond rond de kort voor 650 door Remaclus gestichte abdij en behoorde sinds de 10e eeuw samen met Stavelot tot het abdijvorstendom Stavelot-Malmedy. Na de Franse annexatie van de Zuidelijke Nederlanden behoorde het tot het departement Ourthe. Het Congres van Wenen wees de Oostkantons inclusief Malmedy in 1815 aan Pruisen toe. In dat land behoorde de stad tot het district Malmedy in de Rijnprovincie. Krachtens het Verdrag van Versailles kwam Malmedy in 1919 aan BelgiŽ. Van 1940 tot 1944 behoorde het weer tot Duitsland.

Monumenten zijn de voormalige benedictijnenabdij (gesticht ca. 650, opgeheven in 1797) en de abdijkerk (1775-1784), die in 1920 zetel van de bisschop van Eupen-Malmedy werd. Na opheffing van het bisdom in 1925 bleef de kathedrale titel behouden. De kathedraal bewaart de relieken van de Heilige Quirinus.

 

 

Stavelot

Stavelot (Duits: Stablo, Waals: StŚvleu) is een stad aan de AmblŤve in de provincie Luik, arrondissement Verviers in BelgiŽ. De stad telt ruim 6600 inwoners.

 Geschiedenis

Van weinig oude steden is zo goed bekend wanneer ze gesticht zijn, als van Stavelot en het naburige Malmedy. In 648 kreeg Remaclus, abt van het klooster te Solignac in AquitaniŽ, van koning Sigebert III van AustrasiŽ een stuk bos in de Ardennen, om hem in staat te stellen dit deel van het rijk te kerstenen. Hij stichtte de dubbel-abdij van Stavelot-Malmedy. Dit werd het begin van de twee steden en van een kerkelijke staat die meer dan 1000 jaar autonoom is gebleven. De rivaliteit tussen de twee abdijen werd in 980 door Otto III in het voordeel van Stavelot beslist.

De bloeitijd van Stavelot was de periode van de 10e tot de 12e eeuw. Poppo (abt in 1020) was een hervormer in de traditie van Cluny. Hij kreeg de leiding over 17 andere abdijen, waaronder Echternach en Sankt Gallen. Wibald (abt in 1130) was diplomaat in dienst van de keizers en opdrachtgever van talrijke kunstwerken. Hij werd ook abt van Corvey. Zijn brieven behoren tot de belangrijkste bronnen voor de geschiedenis van de tweede kruistocht.

De "Bijbel van Stavelot", die op het einde van de 11e eeuw werd vervaardigd, wordt in het British Museum bewaard.

In 1951 stichtten de Benedictijnen te Stavelot de abdij van Wavreumont. Deze abdij maakt geen bier of kaas, maar latexverf.

 Bezienswaardigheden

 Evenementen

 

 Overige kernen

Francorchamps en Coo.

 

Terug naar boven

 

terug naar de home page